Middellandse zee ziektes

In het buitenland komt een aantal ziektes voor die we bij Nederlandse honden niet zien. Het gaat dan met name om de bloedziekten Leishmania, Babesia en Ehrlichia, maar ook om hartworm. Het is mogelijk dat uw hond de grens over komt met één of meer van deze ziektes en u kunt dat lang niet altijd aan de hond zien.

Uw hond werd in het land van afkomst op deze ziektes getest vóór hij naar Nederland kwam. Maar helaas kan het voorkomen dat een test de ziekte niet aantoont terwijl de hond wel besmet is. Dat komt omdat de parasiet dan sluimerend aanwezig is, en zo goed verstopt zit in het lichaam dat het bloedonderzoek hem niet herkent.

Leishmania
Leishmania is een parasiet die in de rode bloedcellen van de hond leeft. Hij wordt van hond op hond overgedragen door de steken van een zandvliegje, een soort kleine mug. Hij zit goed verstopt in de rode bloedcellen en kan daar wel tot acht jaar lang onzichtbaar blijven voordat hij uitbreekt en de hond ziek wordt. Een zieke hond kan kreupel of stijf worden, of mager (ondanks goede eetlust), of de vacht wordt dof en schilferig. Pas in een later stadium zien we typische korstjes op de randen van oren en oogleden.
Leishmania kan niet genezen worden. De parasiet zit daarvoor té goed “vast” in de rode bloedcellen. We kunnen alleen de verschijnselen van de ziekte onderdrukken met dagelijks tabletten allopurinol, soms ondersteund met miltefosine door het voer en/of injecties meglumine-antimonaat. De medicatie moet gegeven worden tot de ziekteverschijnselen over zijn. Helaas leeft de ziekte vaak binnen een paar jaar weer op en moet de behandeling opnieuw gestart worden.
Het advies is om, bij alle honden uit het middellandse zeegebied, zes maanden na aankomst een bloedonderzoek te doen om te zoeken naar Leishmania. Is deze test negatief, dan adviseren wij de test te herhalen als daar aanleiding voor bestaat. Bijvoorbeeld in het geval er huidproblemen optreden of andere verschijnselen waar niet direct een vinger op is te leggen.  Als een test in dat geval toch positief is moet de behandeling met allopurinol gestart worden.
Een hond kan Leishmania alleen doorgeven aan andere honden als het zandvliegje er is om hem te steken. In Nederland komt dit specifieke zandvliegje niet voor, dus kan een besmette hond de ziekte niet doorgeven aan andere honden. Leishmania is niet besmettelijk voor mensen.

Babesia
Ook Babesia (soms “tekenkoorts” genoemd) is een parasiet die zich in rode bloedcellen verstopt. Hij kan met een microscoop in het bloed aangetoond worden, maar een laboratoriumtest op het bloed heeft een grotere “pakkans.” Babesia wordt overgebracht door de beet van een besmette teek. De acute symptomen van een infectie, krijgen we in Nederland bijna nooit te zien omdat die binnen 3 weken na de tekenbeet optreden. Wij zien voornamelijk de chronische verschijnselen, en die zijn niet erg specifiek: sloomheid, bloedarmoede, terugkerende koorts en ontsteking van de spieren en gewrichten.
Wanneer honden al langer met Babesia besmet zijn, moeten ze soms een bloedtransfusie krijgen om in leven te blijven. Babesia is meestal te genezen, maar de injecties met het medicijn (imidocarb) zijn erg pijnlijk en kunnen soms heel heftig speekselen, braken of diarree veroorzaken. Sommige honden raken de parasiet echter niet kwijt, ondanks de behandeling. Zij blijven hun leven lang klachten houden.
Babesia canis is niet besmettelijk voor de mens. Een besmette hond kan, door middel van tekenbeten, de parasiet overbrengen naar andere honden. Het is dus wel zo sympathiek om een besmette hond tijdens het teken-seizoen goed te beschermen. Daarvoor raden wij een Scaliborband aan.
Goed om te weten dat er bij La Vida nog geen honden met Babesia zijn voorgekomen.

Ehrlichia
Ehrlichia is ook een parasiet van de rode bloedcellen en ook deze wordt door tekenbeten overgedragen. Ook hier zien we in Nederland met name de chronische ehrlichiose, die uit van alles kan bestaan: terugkerende koorts, slechte eetlust, afvallen, kreupel lopen, bloedneuzen, bloed in de urine, hersenafwijkingen of afwijkingen aan de ogen tot blindheid aan toe. Door deze veelheid aan verschijnselen is het lastig om de diagnose van Ehrlichia te stellen.
Ehrlichia is vrij eenvoudig te behandelen door een maand lang tabletten met het antibioticum doxycycline te geven. De schade aan organen, zoals de blindheid of een hersenafwijking, is echter blijvend.
Net als Babesia, is ook Ehrlichia canis niet besmettelijk voor de mens, maar kan wel door teken naar andere honden worden verspreid. Daarom raden we aan om uw hond in het tekenseizoen (maart tot oktober) een Scaliborband om te doen.

Hartworm
De normale wormpjes in Nederland leven voornamelijk in de darmen. Hartworm leeft echter in de bloedvaten in en rond het hart. Omdat de wormen zeer groot zijn, wel 30 centimeter lang, zorgen ze voor verstopping van de bloedvaten. Daardoor krijgt de hond problemen met hart en longen. Ze worden dan eerst zwak of benauwd of verliezen gewicht. In een later stadium kunnen ze zwellingen aan de kop of poten krijgen, vocht in de buik of in de longen, of ze kunnen flauwvallen of zelfs plotseling overlijden.
Een hartworminfectie is moeilijk aan te tonen. Bloedonderzoek geeft soms een negatieve uitslag als het dier toch besmet is. Op een echo van het hart kunnen soms de wormen gezien worden, en ook kan een röntgenfoto aanwijzingen geven, maar helemaal duidelijk is het beeld niet.
Als een hond hartworm heeft, is het belangrijk om niet alle wormen in één keer dood te maken: ze komen dan los in de bloedvaten te liggen, stromen met het bloed mee naar de longen en kunnen daar de bloedtoevoer naar de longen afsluiten waardoor de hond overlijdt. Daarom wordt eerst een cocktail van melarsomine gegeven, een middel specifiek tegen hartworm, samen met bloedverdunner, ontstekingsremmer en antibiotica. Daarnaast moet de hond zich zes weken heel erg rustig houden, wat niet altijd meevalt. Na zes weken wordt het wormmiddel herhaald, en drie weken later krijgt de hond een gewone wormenpil. Daarmee is hij van de hartworm af.

Een besmetting die soms voorkomt bij de honden uit Spanje is Giardia. Deze parasiet komt ook in Nederland voor.

Giardia
Een bekende darmparasiet is Giardia. Dit is een eencellig amoebe-achtig diertje dat in de dikke darm leeft en zich voortplant in de celletjes die de binnenbekleding van de dikke darm vormen. Eens in de drie weken barsten deze cellen open en komen de nieuwe Giardia’s in groten getale tegelijk naar buiten. Uw hond heeft dan een paar dagen buikpijn en wat zachtere, lichte, brijachtige diarree. Het kan echter ook zijn dat uw hond doorlopend milde diarree heeft of zelfs helemaal geen darmklachten maar wel gewicht verliest ondanks goede eetlust.
Giardia is ook voor mensen besmettelijk en kan vooral bij mensen met een verminderd immuunsysteem een ernstige infectie veroorzaken. Daarom is het van belang om bij verdenking uw hond te laten onderzoeken. Met een eenvoudige testje kan de parasiet in de ontlasting worden aangetoond. De behandeling bestaat uit drie dagen lang fenbendazol, een wormenpil die ook bij puppy’s veel wordt gebruikt. Daarnaast is het erg belangrijk om alle dekentjes, mandjes en de omgeving van de hond goed te ontsmetten, en minimaal twee weken strikte hygiëne aan te houden. Uw dierenarts kan u hierover informeren.

Deze informatie werd geschreven door
dierenarts Peter de Frankrijker van
BeterBeest Dierenartsen in Amersfoort.